Navigatiemenu

Intelligentie onderzoek
Neem contact met ons op om een afspraak in te plannen voor een intelligentie onderzoek.

» Vraag een IQ-test aan

Uitleg intelligentieonderzoek

Een intelligentie onderzoek voor kinderen is bedoeld om de mogelijkheden van je kind zo duidelijk mogelijk naar voren te brengen. Een intelligentieonderzoek (de WISC III) bestaat uit 13 subtests, op verschillende gebieden. De ene helft van de test bepaalt de verbale mogelijkheden van je kind, de andere helft bepaalt de performale (inzichtelijke) mogelijkheden van je kind. Daarnaast wordt er apart gelet op de verwerkingssnelheid, dit is de snelheid en nauwkeurigheid waarmee je kind bepaalde onderdelen uitvoert.  

De intelligentietest die wij gebruiken is de WISC III. Deze intelligentietest is de meestgebruikte intelligentietest. Om een afspraak te maken voor een intelligentieonderzoek voor je kind (mogelijk van 6 tot 17 jaar), kun je contact opnemen met onze praktijk in Almere: 036-8482320 of via info@marlispraktijk.nl

Verbaal

Informatie

 

De subtest Informatie bestaat uit 31 opgaven waarbij vragen, die steeds moeilijker worden, mondeling en zonder tijdslimiet moeten worden beantwoord. De vragen geven inzicht in de kennis die het kind heeft van de wereld om hem heen en de manier waarop hij deze kennis onder woorden kan brengen. Door middel van kennis kan het kind de wereld om hem heen begrijpen en problemen proberen op te lossen. Een belangrijk aspect hiervoor is het lange termijngeheugen. Om de juiste kennis te gebruiken moet je ook eerder verworven kennis kunnen herinneren.

Overeenkomsten

De subtest Overeenkomsten bestaat uit 21 opgaven waarbij telkens de overeenkomst tussen twee begrippen moet worden aangegeven. De subtest meet met name in hoeverre verbale begrippen begrepen worden door het kind en tot welke categorie twee genoemde begrippen behoort. Bijvoorbeeld “Wat is de overeenkomst tussen rood en blauw?” De categorie voor de begrippen ‘rood’ en ‘blauw’ is kleur. Het kind kan dan antwoorden dat rood en blauw allebei kleuren zijn. De moeilijkheidsgraad tijdens deze test is oplopend waardoor het kind niet alleen de genoemde begrippen moet kunnen begrijpen, maar ook een verband moet kunnen vinden tussen de begrippen om het in de juiste categorie te kunnen indelen.

Rekenen 

De subtest Rekenen bestaat uit 26 rekenopgaven, die steeds moeilijker worden. De rekenopgaven moeten, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad, worden beantwoord binnen 30, 45 of 75 seconden. Bij deze subtest zijn verschillende aspecten van invloed, zoals het concentratie vermogen en de mate waarin een kind last heeft van faalangst.

 

Woordkennis

 

De subtest Woordkennis bevat 35 opgaven, oplopend in moeilijkheidsgraad. In elke opgave wordt er een woord gegeven. Hierin moet het kind de betekenis van het woord aangeven. Door taal kun je dingen leren. Als je veel woorden begrijpt en kent heb je veel mogelijkheden om dingen goed aan te leren.

 

Begrijpen

 

De subtest Begrijpen bestaat uit 19 opgaven die steeds moeilijker worden. Er wordt een sociale situatie geschetst waarin een praktische vraag wordt gesteld. Het kind moet flexibel en probleemgericht kunnen denken om tot het antwoord op de vragen te komen. In deze subtest komt naar voren hoe een kind praktische problemen oplost en hoe zijn sociale gedrag is.

 

Cijferreeksen

 

De subtest Cijferreeksen bestaat uit 15 opgaven. Iedere opgave is een reeks van cijfers die het kind moet nazeggen. In de eerste 8 opgaven moet het kind de cijferreeks in de opgenoemde volgorde nazeggen. In de daarop volgende 7 opgaven moet het kind de cijferreeksen in omgekeerde volgorde nazeggen. In deze subtest is vooral een goede concentratie en een goed geheugen van belang.

Performaal:

Onvolledige Tekeningen

 

De subtest Onvolledige Tekeningen bestaat uit 30 opgaven die oplopend zijn in moeilijkheidsgraad. Het antwoord per opgave moet binnen 20 seconden gegeven worden. Bij deze subtest gaat het er vooral om, om dingen visueel te herkennen en bekende vormen te identificeren. Bij elke opgave wordt er een plaatje getoond, maar bij elk plaatje ontbreekt er iets. Het kind moet het ontbrekende kenmerk kunnen benoemen of aanwijzen.

  

Substitutie

 

Bij de subtest Substitutie gaat het er om dat het kind symbolen natekent die gekoppeld zijn aan geometrische symbolen (6-7 jaar), of aan getallen (vanaf 8 jaar). Het is de bedoeling om binnen 2 minuten zoveel mogelijk symbolen na te tekenen. Met deze subtest kan worden ingeschat hoe snel en nauwkeurig een kind werkt. De resultaten van de subtest hangen samen met het vermogen aspecten te analyseren en het gebruik van het visuele korte termijngeheugen van een kind. Daarnaast spelen ook zaken als aandacht en concentratievermogen een rol.

  

Plaatjes Ordenen

 

Deze subtest bestaat uit 14 opgaven, waarin een aantal plaatjes binnen 45 of 60 seconden in een goede volgorde moet worden gelegd. Met deze test wordt het vermogen om de context van bepaalde zaken te begrijpen gemeten. Het goed opnemen van informatie en het eigen maken van informatie speelt hierbij een belangrijke rol. Hoofdzaken moeten van bijzaken gescheiden worden en de plaatjes moeten in een logisch verband worden neergelegd. Er wordt een beroep gedaan op flexibiliteit in het denken, waarbij verschillende oplossingen naast elkaar gelegd moeten worden, zonder dat er specifiek gefixeerd wordt op 1 bepaalde oplossing.

Blokpatronen

Deze subtest bestaat uit 12 vragen in oplopende moeilijkheidsgraad. Een aangeboden patroon moet worden nagemaakt binnen 30 tot 120 seconden. Met deze subtest is het mogelijk in te zien op welke manier het proces werkt dat een kind gebruikt om tot een oplossing te komen. Sommige kinderen leggen de blokken systematisch neer, terwijl in het andere geval verschillende combinaties worden geprobeerd, om zo de oplossing te vinden. Er wordt bij deze subtest een beroep gedaan op de visueel-motorische coördinatie en op ruimtelijk inzicht.

Figuur Leggen

 

Bij deze test moeten puzzelstukjes tot een figuur worden samengevoegd binnen 120 tot 180 seconden. De manier waarop deze taak wordt uitgevoerd geeft informatie over de denkwijze en werkhouding van een kind. Het gaat dan vooral om de manier waarop het kind het probleem benadert.

 

Symbolen Vergelijken

 

De subtest symbolen vergelijken bestaat uit 2 keer 45 opgaven waarbij het kind binnen 120 seconden moet nagaan of een bepaald symbool voorkomt in een groep van 4 aangeboden symbolen (6-7 jaar) of in een groep van 5 symbolen (vanaf 8 jaar). De test is bedoeld om inzicht te krijgen in de manier waarop symbolen, ontdekt worden in een reeks andere symbolen. Dit heeft voornamelijk te maken met verwerkingssnelheid, maar ook met de mogelijkheid om zich te concentreren, aandacht voor details, het zich snel kunnen richten op nieuwe stimuli, visueel-motorische controle en impulsiviteit.

 

Doolhoven

 

Deze subtest heeft 10 vragen, oplopend in moeilijkheidsgraad. Het kind moet hierbij met een potlood de weg van de ingang naar de uitgang van het doolhof aangeven binnen 30 tot 150 seconden. Belangrijk bij deze test is het mogelijk inzicht te krijgen in het vermogen om onder tijdsdruk te werken, snelheid en nauwkeurig handelen.

 

 



Copyright © 2005-2010, Marlis, orthopedagogische praktijk